F. van Thijn, MyDailyLifestyle

"Om te zwemmen moet je naar het zwembad en je wordt er nat van." Dat zijn twee mededelingen over zwemmen die niet kunnen worden weerlegd. Maar er doen ook veel vooroordelen de ronde. "Zwemmen is helemaal niet saai!" zegt oud-topzwemster Conny van Bentum.

Conny van BentumConny van Bentum (43) was pas dertien jaar toen ze haar eerste nationale titel haalde. "Ja, dat is nog steeds wel uitzonderlijk jong," zegt Van Bentum. "het bijzondere is, dat dat niet eens was met heel erg veel training. Ik zwom natuurlijk wel veel, maar ik had een heel verstandige trainster, Rian Smit, die erop lette dat ik als kind niet te veel trainde en ook niet te veel wedstrijden zwom."

Van Bentum won in de jaren tachtig op de vrije slag en de vlinderslag onder meer twee zilveren EK-medailles en vijf bronzen op WK's. Drie keer deelnemen aan de Olympische Spelen leverden een keer brons en twee keer zilver op.

"Die zilveren Olympische medailles zijn officieel natuurlijk het belangrijkst. Maar voor mij was het EK in 1983 het hoogtepunt. Ik haalde zes medailles; alles lukte, alles waar ik altijd voor getraind had, ik zwom mijn beste tijden."

"Ik was gaan zwemmen omdat drie oudere zussen dat al deden, bij de plaatselijke zwemvereniging. Daar speelden we ook waterpolo. Het was daar altijd heel gezellig. Dat is meteen één van de vooroordelen over zwemmen die ik kan tegenspreken. Zwemmen is natuurlijk een individuele sport, maar je hebt toch gezelligheid, omdat bij de zwemverenigingen altijd in groepen, in teamverband wordt getraind," zegt Van Bentum.

Tijdens haar sportcarrière studeerde Van Bentum geneeskunde; ze is huisarts geworden.

"Ja, dat was zwaar," zegt Van Bentum. "En een studie geneeskunde zou bij de manier waarop tegenwoordig wordt getraind ook niet meer mogelijk zijn. Maar destijds vond ik het fijn om er een studie bij te hebben. Als je iets met hart en ziel doet, waar je helemaal in opgaat, kun je veel hebben. De sport was mijn leven en die studie was een fijne uitlaatklep. Een plek om eens wat anders te doen."

Conny van Bentum"Wie gaat zwemmen, zal er gauw achter komen dat andere vooroordelen over zwemmen ook niet kloppen. Het is beslist niet alleen maar saai een beetje baantjes heen en weer zwemmen. Die baantjes kun je heel goed afwisselend maken door bijvoorbeeld simpele hulpmaterialen te gebruiken. Neem eens een plankje en train alleen je benen. Of houd dat plankje tussen je benen en probeer eens hoever je komt met alleen de armen. En je kunt je kracht natuurlijk ook af en toe buiten het zwembad trainen, of je uithoudingsvermogen. Maar het fijne van zwemmen is juist dat het een sport is waarbij je kracht en uithoudingsvermogen tegelijk kunt trainen. Zeker met de crawl of de vlinderslag.

Als je nu weinig of niet sport, en wilt gaan bewegen, zeg ik als huisarts: je moet een sport kiezen die bij je past. Onderzoek laat steeds weer zien dat de mensen die sporten ook echt volhouden, degenen zijn die een sport doen die ze leuk vinden. Het lijkt voor de hand liggend, maar heel veel mensen schrijven zich alleen in bij de sportschool, omdat iedereen dat doet. Zonder zich af te vragen of dat wel bij ze past."

"Zwemmen bleek heel goed bij mij te passen. Ik heb altijd met heel veel plezier juist de trainingen gedaan. Ook als je voor je plezier zwemt, kun je zwemmen heel goed afwisselend maken."

zwemsterEr zijn allerlei soorten trim-zwemmen met hulpmaterialen, er is aquagym, aquajoggen. En dat is allemaal weinig belastend. Er komen geen krachten op je gewrichten, je maakt geen lichamelijk contact met anderen, waardoor heel weinig blessures optreden. Zelfs een uurtje zwemmen op je gemak telt mee als bewegen. Je haalt er natuurlijk meer uit, als je iets meer van jezelf vergt, bijvoorbeeld als je zo zwemt dat je er een beetje van moet hijgen. Maar het gaat om de actieve levensstijl. Spreek met iemand af, zodat je elkaar erbij houdt, en ga bewegen!

Zin in zwemmen? Bekijk onze zwemschema's!